AVurVeda

'Gewoon omdat jij… jij mag zijn….!'

De pientere Dodo houdt zijn snavel

3 reacties

“De Pientere Dodo houdt zijn snavel”

Image by MSCE Oppelaar

Een verhaaltje geschreven door Madeleine Oppelaar

Op de Bilderdijkstraat, portiek nummer 10 A, te ‘s-Gravenhage, woont de pientere Dodo. Dodo is geen gewone jongen. Hij is een bastaard die verstoten is door zijn moeder, broer en zus. Zijn biologische vader leeft niet meer. Vader was aan lagerwal geraakt door het vele vreemdgaan van Dodo’s moeder, en werd even later verdronken teruggevonden in de Noordzee. Dodo’s moeder wilde op haar manier de wereld verkennen. Henry en Daniëlle nam ze mee onder haar hoede, zij waren haar lieverdjes. Maar, de toen nog kleine Dodo (die eigenlijk André Vincent heet), liet ze achter. Reden? Hij leek te veel op zijn vader. Nooit ontvangt Dodo een verjaardagskaart, een groet tijdens Kerst, of een simpel belletje van waar ze zijn. Overal wordt hij buitengesloten. Dit doet hem veel pijn. Omdat dit hem het gevoel geeft dat hij niet lief is en voor hen helemaal niet meer bestaat. Wel weet Dodo zeker dat hij zijn vrouwtje, mocht hij haar ooit vinden op latere leeftijd, altijd trouw zal zijn en dat hun kroost nooit aan liefde iets te kort zal komen.

Toen Dodo op vijf jarige leeftijd werd overgebracht naar een kindertehuis te Zeist, werd hij al snel geadopteerd door Meester Lefebre en zijn vrouw Faïs. Het echtpaar was zelf kinderloos en was erg gecharmeerd geraakt door de kleine krullenbol, met zijn lange lenige vingertjes, die al op zo’n jonge leeftijd vol passie piano kon spelen. Dodo had het spelen zichzelf aangeleerd vertelde hij apetrots aan hen. Zo kon hij zijn verdriet een plekje geven. Sinds de dag dat hij de piano op het instituut zag staan, amuseerde hij alle kinderen, en het personeel, met zijn bijzondere pianospel. Zij, die ook verlaten waren en, net als hij, allemaal droomde over een nieuw geborgen begin. Dromen over een liefdevol gezin. Een warm bed met een kleurrijke deken. Een eigen kamer. Het gevoel dat je niet enkel bij het grofvuil behoord. Maar dat er ook een veilig plekje voor haar of hem op aarde aanwezig zou zijn. Diverse kleine kinderen hadden al een flink rugzakje. Zij hadden veel pijn geleden en weinig echte liefde ervoeren. Net zoals Dodo dus helaas. Dikwijls voelen ze zich dan ook alleen op de wereld. Steun zoeken bij elkaar is fijn maar dikwijls kwam er toch ook weer snel de wreedheid naar boven en barsten in het huilen uit. Het leed wat de kinderen is aangedaan was dan ook enorm. Ieder verhaal leek op dat van Dodo.

Na een tijdje, toen al het papierwerk geregeld en ondertekend was, mocht Dodo met het stel mee naar huis. In de Beelderdijkstraat leerde Dodo al snel wat liefde inhield. Het stel was gek met de jongen en alles werd hem bijgebracht wat hij zo gemist had. Hier kreeg hij geen gebroken sleutel in de handen, maar werd hij iedere dag lekker warmpjes ingestopt in zijn bedje en hield het witte hondje Tobias elke nacht bij hem de wacht. Moeder Faïs bleef tot dat hij sliep en kwam Dodo altijd troosten als hij weer eens een nachtmerrie over het wrange verleden had. Hij was namelijk bang om wederom verlaten te worden.

Dodo groeide op als een vrolijke, iets wat verlegen, jongeman. Die heel pienter bleek te zijn. Zo sprak hij niet alleen vloeiend Frans, maar ook Duits, Engels en zelfs een beetje Russisch. Ook behaalde hij alleen maar tienen bij zowel wiskunde als aardrijkskunde en kon hij abnormaal goed tekenen en verhaaltjes schrijven. Zo was hij altijd bezig voor de schoolkrant. Vooral schreef hij verhalen over het dierenrijk. Het liefst over kleine dieren. Dodo was erg verlegen als het om meisjes ging. Tot zijn zeventiende durfde hij een meisje niet aan te kijken, te kussen, en was hij altijd verliefd op het meisje die voor zijn neus, door een iets rappere jongen als hij, weggekaapt werd. Dodo schreef vaak gedichtjes over het meisje die hij leuk vond, maar daar bleef het dan bij. Hij liet zijn woorden nooit aan iemand lezen. Dat vond hij namelijk eng. Hij kreeg al een rode kleur in het gezicht bij de gedachten. Stel je eens voor.
Dit was totdat de mooie Gertrude Morel langs hen was komen wonen. De klik was er meteen en het leek alsof ze elkaar al jaren kende, zo gemakkelijk ging alles. Al vonden ze dat beide ook wel een beetje gek. Af en toe raakte ze ervan in de war. Want waarom was dit nu eigenlijk? Waarom die spiegel?
Ook als ze af en toe mochten samenwerken merkte ze dat hun band bijzonder was. Dodo was op het instituut de pianostemmer waar zij werkte. Hij kwam dan bij hen op het groepje, ze werkte met broze mensen, en zij wees hem dan de weg en stelde de bewoners gerust wat die man kwam doen. Af en toe speelde hij dan een leuk deuntje. Wat de bewoners dan ook weer gelukkig maakte. Ze zongen graag een deuntje mee en noemde hem de ‘Toetsentemmer.’

Gertrude was een sierlijk meisje met prachtige lange haren en hield net zoveel van de natuur als Dodo. Elk vogelde kende ze bij naam en was ze ook erg bezig met het ontstaan op de aarde. Waarom planten op bepaalde plekken groeiden en welke planten eetbaar waren en van welke je beter af kon blijven. Kasten vol boeken had ze over dit onderwerp op haar kamertje. En net zoals Dodo’s liefde voor de muziek, kon ze hier uren over praten.
Samen hadden ze een bijzondere band. Zo konden ze energetisch met elkaar praten op tijden als ze even niet bij elkaar konden zijn. Vaak voelde ze van elkaar als er iets aan de hand was. Dan werden ze onrustig of juist verdrietig. Als ze elkaar de volgende dag dan zagen, kwam er vaak de bevestiging van “Zie je nu wel, ik wist het. Ik had buikpijn, kon het niet verklaren, maar wist dat het van jou moest zijn.” Zo kon Gertrude uren buikpijn hebben als ze ergens van baalde of iets juist beu was. Piekeren kon ze als de beste.
Ruzie hadden ze zelden. Juist omdat ze elkaar zo goed begrepen en elkaar goed aanvulde. Soms maakten ze dingen van elkaar af. Of zelfs complete zinnen. Dit deden ze beide uit nature en uit vriendschap bleek later na nader inzien. Dodo vond dit onbewust heel fijn. Eindelijk had hij een maatje die hij zijn hele prille leven al gezocht had.

Toch kwam er na een anderhalf jaar de verlatingsangst opzetten en zette een behoorlijke klad door hun vriendschap. Juist toen de gevoelens bij beide steeds heviger werden. De band was ook zo mooi. Beide werden bang dat de verbinding ooit kapot zou gaan. Steeds vaker duwde ze elkaar weg. Ook al begrepen ze er zelf niets van waarom ze elkaar niet meer onder de ogen durfde te komen, of waarom ze elkaar pijn deden. Alles was ze voelden, én meemaakte was ook met geen pen te omschrijven. Vaak was het te veel. Soms zelfs pijnlijk als een van hen weer een spiegeltje voorhield.

Op een dag voelde Gertrude dat ze Dodo los moest laten en schreef hem een openhartige brief waarin ze uitlegde dat ze zich erg verdwaald voelde en op zoek wilde gaan naar antwoorden op allerlei levensvragen die haar op dat moment zo bezighielden. Ooit zouden ze elkaar wel weer terugzien, dat wist ze, want ze hield immers van hem. Dan zou alles duidelijk zijn of dat ze met elkaar verder konden, of dat het liefde was, of alleen een werkrelatie of misschien juist toch vriendschap (ook al beweerde Dodo eerder dat Gertrude niet tot zijn vriendenkring behoorde, een opmerking waar hij haar toen ook behoorlijk gekwetst mee had). Ze hield zielsveel van Dodo, maar durfde hem (nog) niet te beminnen. Nu was ze vooral heel bang voor de gevoelens die ze voor hem had. Ergens voelde ze zich ook een huichelaarster. Je krijgt toch geen gevoelens voor je beste vriend? Alles wat ze voelde was telkens ook zo intens. Het leek wel of dat ze zichzelf kwijt aan het raken was. Och, waarom gebeuren de dingen ook toch allemaal en zo rap op elkaar volgend? Ze was bang dat ze Dodo kwijt zou raken (al wist ze dat haar liefde voor hem nooit over zou gaan). Misschien werd hij wel heel boos of zou haar woorden verkeerd opvatten die ze in de brief naar hem zonet zo openhartig geschreven had.

Gertrude gaf Dodo de brief persoonlijk in handen. Ze wilde hem eigenlijk nog omhelzen, als een soort van dank je wel, maar durfde dat op het laatste moment niet. Rap liep ze de deur uit met tranen in haar ogen. Ze wist dat Dodo boos zou zijn en dat het tussen hen niet snel goed meer zou komen. Een scheidingsmuur was als een ´schaduw vallei´ nu tussen hen gevallen. Meteen had Gertrude spijt, ze wilde helemaal geen ruzie met Dodo, maar wist dat ze het nu niet meer omdraaien kon. De brief was nu eenmaal gegeven.
Dodo werd inderdaad heel boos toen hij de brief las. Gertrude had hem ook nog eens diep gekwetst. Ze had nu juist precies hetzelfde gedaan als zijn moeder, broer en zus. Zij had hem afgewezen. Dodo vertrouwde haar en voelde zich enorm bedrogen.

Dodo schreef Gertrude een harde en ontkennende brief terug om dan maar voorgoed van haar af te kunnen zijn (ook al wilde hij dit niet echt). Hij zei dat hij niets, wat zij hem geschreven had, zo beleefd had. Dat alles niet hij en haar moest zijn, maar enkel zij. Niets samen. Dodo schreef dat hij helemaal geen diepe gevoelens voor haar koesterde en dat ze maar op zoek naar een ander moest gaan. Dat hij haar geliefde nooit zou kunnen worden, of dat er later alsnog sprake kon zijn van een vriendschap tussen hen. De band was er omdat zij zijn pianospel en zijn gedichtjes zo goed vond en dat hij haar bijzondere liefde voor de natuur interessant vond. Hij vroeg Gertrude om hem met rust te laten en of dat ze hem geen briefjes meer wilde sturen.
Geen woord meende hij. Hij had het zo tactisch opgeschreven dat hij dacht voorgoed van haar af te zullen zijn en dat zijn diepe gevoelens voor haar over zouden gaan. Net zoals de regenbui die zonet naar beneden gevallen was.
Wat Gertrude niet wist, is dat Dodo met dikke tranen (en een borreltje op van Leferbre) zijn korte en tactisch briefje geschreven had. Ze mocht niets van zijn ware gevoel afweten.
Ook Dodo had direct spijt na het versturen. Hij wist dat hij haar pijn zou doen en dat ze nu wel zou stoppen van hem te houden. Net zoals zijn moeder, zus én broer.
In feite bestraft hij Gertrude voor wat zijn moeder hem op jongere leeftijd geflikt had. Gertrude had zijn vertrouwen geschaad. En juist dat vertrouwen was zo belangrijk voor hem.

Vele maanden gingen voorbij. Maar Dodo kon maar niet loskomen van zijn gevoel voor Gertrude. Overal hoorde hij haar naam, spookte ze door zijn hoofd. Steeds moest hij aan haar denken. Vaak ging hij dan andere dingen doen, om niet met haar bezig te hoeven zijn.
Op het werk ging het ook al niet zo best. Er was een geluid over Dodo ontstaan dat hij een fantast en een dromer zou zijn. Dit deed Dodo pijn omdat dit beeld helemaal niet waar was en volkomen uit de duim gezogen. Die woorden zou Gertrude gezegd hebben tegen een collega die naar de relatie van Dodo en haar gevraagd had. Die collega mocht hem al niet. Dodo zou ‘te klef’ en te zweverig bezig zijn, geheel niet professioneel. Ook dit was een beeld wat niet klopte, maar slechts uit jaloezie gezegd. Dodo liet iedereen zich welkom voelen, en juist doordat hij zich klein maakte, kon hij veel met de bewoner met wie hij samenwerkte, bereiken. Hun thuis was voor hem het belangrijkste, daar had Dodo alles voor over.

De woorden van Gertrude begreep Dodo niet echt. Hij kon alleen maar liefdevol over haar praten en zou haar zeker nooit in een verkeerd daglicht zetten. Daarvoor hield hij te veel van haar en nam aan dat zij hetzelfde zou doen. Dodo’s geloof en vertrouwen was wederom geschaad en toen hij ook nog eens, door vies spel, zijn baantje verloor (waar hij juist zo van hield), werd dat voor hem de kille doodsteek. Alles waar hij zo van hield, spatte als stuifmeel uiteen op de grond. `Dodo voelde zich vooral moegestreden, bedrogen en verdwaald. Iedereen, liet hem vallen. Zijn wereld bleek niet meer betrouwbaar. Ineens stond de altijd zo positieve en pientere Dodo in de schaduw. Zelfs zijn lieftallige adoptieouders, meester Lefebre en zijn vrouw Faïs, konden hem niet uit het moeras trekken. Hij was zo in zichzelf gekeerd geraakt, dat hij iedereen en alles ontweek. Niets leek hem nog te raken. De wereld had hem pijn gedaan en de wonden hadden als een speer zijn hart gespleten.

Tijdens Kerst had Dodo het nogal moeilijk, toen zijn familie, waar hij toch even (door een slimme zet van een vriend) contact mee had, hem met al zijn lieve cadeautjes in de hand, voor hun voordeur liet staan. Hoe koud het ook overkwam en was, dat maakte voor hen niet uit. Dodo was immers niet welkom bij hen in de familie! Hij hoorde er niet bij. Werd ook nergens bij gevraagd. Nooit dachten ze aan hem.
“Jij bestaat voor ons niet meer”, werd er grillig gezegd door zijn zus. “Jij bent bij ons niet welkom, heb je dat nog niet door?” “Jij bent niet meer als een kakkerlak voor ons…!”
“Wordt eerst als ons en maak dan een afspraak in onze tijd. Dan zullen we er misschien over nadenken om jou binnen te laten. “
Dodo stapte gelaten op de trein terug richting huis en vroeg zich af waar alles toch naartoe moest met zijn leven. Tijdens de rit en de voorbijkomende beelden van landschappen, voelde hij zich alleen en verlaten. Het huis zou hij strakjes ook leeg aantreffen, want Lefebre en Faïs waren voor de feestdagen naar hun kleine vakantiehuisje in Frankrijk om wat bij te kunnen tanken van alle hectiek op school.

Tegen de avond na een klein en eenvoudig geïmproviseerd etentje, kreeg Dodo plots op de bank een vreemd visioen van Gertrude binnen waar hij van schrok. Ze kwam uit de mist gelopen met haar hoofd naar beneden hangend. “Zou ze een ongeluk hebben gehad, had ze pijn of verdriet? Voelde ze zich ook alleen misschien?”, dacht Dodo.
Dodo wist het niet en werd angstig. Vaak baseerde deze visioenen bij hem op waarheid omdat hij helderziend was, en besloot Gertrude een klein berichtje over de telefoon te sturen. Dodo hield het klein, “Wordt het niet eens tijd dat je langskomt?”, verder niets. Zijn naam vermelde hij niet, omdat hij hoopte dat ze wist dat het van hem afkomstig was. Zulke dingen voel je altijd geloofde hij stellig. Hij wel. Zeker als je een bijzondere band met elkaar hebt. Snel drukte hij op versturen. Al vond hij het ook spannend. Juist omdat hij iets deed wat hij eigenlijk nooit eerder zou hebben gedaan. Het was toch erg privé.
Maar zijn liefde voor Gertrude was zo groot en hij was inmiddels zo bang geworden dat er iets met haar aan de hand zou zijn, dat hij het toch deed. Ook al was hij bang voor de consequenties. Maar Dodo was als zo gekwetst doordat hij niet welkom was bij zijn familie, dat hij door al het verdriet heen alleen nog maar aan zijn grote liefde kon denken. Een liefde zo onbeantwoord, groot en pijnlijk, maar wat hij toch graag wilde omarmen en maar niet uitwissen kon. Hij miste de vriendelijke tekening op straat. Van hoi maar ook van ik zie jou graag zoals je bent.

Tegen alle verwachtingen in belde Gertrude laat tegen de avond op. Dodo hoorde een autogeluid en voelde dat ze in de buurt reed.
“Wie ben jij?”, vroeg Gertrude aan de andere kant van de lijn. “Ik ken jouw nummer niet.” “Dat weet je, hoor en dat voel je toch?”, zei Dodo geraakt. Ergens was hij ook blij haar lieve en zachte stem weer te kunnen horen maar hield verder stil. Juist omdat hij zeer verbaasd was dat Gertrude belde maar dat ze ook net als of deed dat ze niet wist dat het Dodo was.

“Wie ben jij?”, vroeg Gertrude nog een keer? Dodo was verontwaardigd. Hij kon liegen dat zijn berichtje voor iemand anders bestemd zou zijn, maar deed dat niet, en zei dat hij hier geen zin in had en dat het tijd was geworden om naar bed te gaan omdat hij moe was. Gefrustreerd en zonder zijn naam te zeggen legde Dodo de telefoon neer.
Zou Gertrude dan echt zijn stem niet herkend hebben? Zoiets hoor en voel je toch? En waarom had hij dan toch dat angstige visioen gehad? Zij was het duidelijk. Heel verdrietig deed Dodo alle lichtjes in de huiskamer uit en ging met zijn staart tussen de benen naar bed. Opnieuw voelde hij zich afgewezen. Maar waar hij nog niet bewust van was, is dat hij hetzelfde bij haar gedaan had. Hij had Gertrude ook afgewezen door niet eerlijk te zeggen dat hij het was en dat hij had opgehangen. Natuurlijk had zij gehoopt dat Dodo het was.

De volgende ochtend ontving Dodo een heel koud en gemeen berichtje terug van Gertrude en dat kneep het kraantje bij Dodo nog verder dicht. Natuurlijk had ze gelijk dat haar nummer privé was. Normaliter had hij dit ook niet gedaan. Maar hij was enkel bang wat er aan de hand kon zijn. Iets wat hij haar niet vragen kon. Omdat toch echt bleek dat zijn liefde voor haar slechts enkelzijdig was. Dat zij dezelfde gevoelens had liet ze immers niet blijken. Hij was niets voor haar en werd nogmaals door haar aan de zijlijn gezet. Een pijnplek die hem bekent aanvoelt.

Na haar botte berichtje terug, zette Dodo Gertrude van het voetstuk af en besloot zichzelf alle liefde te gaan geven. Voor haar was voorlopig geen plaats meer. Nu ging hij alleen voor zichzelf. Hij zocht het geluk niet buiten maar juist nu in zichzelf. Naar Gertrude werd hij ijzig stil. Ook al wist hij dat zij hem ergens ook miste en dat ze wist dat de waarheid tussen hen heel anders zat. Dat zij ook de bijzondere band voelde. Maar dat zij de liefde, en de intensiteit, ook niet aandurfde. Het voelde als thuis. Maar waarom?
Dodo ging vanaf die tijd veel schrijven en maakte zoveel muziekstukken, over zijn duisternis, pijn, levensvragen en vooral over zijn niet beantwoorde liefde, dat zijn lenige lange vingers er moe van werden. Zijn grote talent en bijzondere kijk op dingen bleven niet onopgemerkt en al gauw bleek dat hij er ook andere mee helen kon. Met wisselend succes bracht hij zijn stukken uit. De drempeltjes naar buiten werden voor hem ietsjes lager. Dit maakte hem blij en verzachte de pijn ook een beetje. De liefde die hij voor Gertrude voelde. Het sierlijke meisje wat hij maar niet vergeten kon. Waarvan hij in stilte zo ontzettend veel van hield. Vaak in zijn bed droomde hij over haar en hun leven samen. Over het geborgen en vrij met elkaar zijn. Vol van uitzicht. Alles delend.

Nadat Dodo en Gertrude elkaar nog een keertje onverwachts op de Dennenweg te ‘s-Gravenhage troffen, en naar elkaar getrokken leken te worden (want ze bleven maar naar elkaar kijken; ogen zijn altijd de roman naar binnen toe volgens de pientere Dodo), gingen er dan toch jaren overheen toen Dodo een trouwkaart van Gertrude in zijn handen kreeg. Contact was helaas uitgebleven. Veelal ook door voorzichtigheid van zijn kant. Hij durfde niet meer. Hij kon zijn angst van het gekwetst worden maar niet uitzetten. Hij durfde haar niet dichterbij te laten komen. Hij was zo bang dat ze hem weer langs de zijlijn zou plaatsen. Zo had immers zijn moeder hem ook te niet gedaan.
Gertrude ging trouwen met de rijke arts (plastic chirurgie), Humbert de Marchand de Soupe. Hij was flink wat ouder dan zij, maar vond Gertrude wel een heel lief en mooi meisje.
Gertrudes ouders vonden dat hun mooie dochter maar eens trouwen moest en hadden hem aan haar gekoppeld tijdens een avondje bridge die zij bij hen thuis georganiseerd hadden. Zij vonden in hem een prima kandidaat gezien zijn status, eigen praktijk en opzien. Gertrude moest de romantische nietsnut van een Dodo maar eens uit haar hoofd zetten. Met hem zou het nooit iets worden. Dat zou enkel op armoe uitdraaien. Een muzikant heeft zelden geld en heeft vast ook overal een schatje verspreid zitten. Dodo zou niet te vertrouwen zijn. En zou beslist ook niet in de familie worden opgenomen zoals ze Humbert de Marchand de Soupe alle ruimte gaven. Hij werd op handen en voeten gedragen. In hun ogen was hij alles. En Dodo werd door hen maar als een klein en vaag muzikantje gevonden.

Gertrude had Dodo uitgenodigd voor het trouwfeest, in de hoop dat hij zou komen. De afgelopen jaren is ze ook stilletjes van hem blijven houden, maar kon zijn liefde enkel niet toelaten. Omdat die liefde, en bijzondere aandacht, juist op de meeste pijnlijke plekken drukte waar ze maar niet mee overweg kon. Van die loskomende gevoelens was ze bang van en stopte die gebeurtenissen dan ook het liefste weg onder haar laars; zoals ze zoveel verborgen hield voor de buitenwereld. Diep in haar hart hoopt ze dat Dodo naar de bruiloft zal komen en haar dan zal redden door zijn bezwaar te laten blijken in de zaal. ‘Van nee ze mag niet met die griezel trouwen, ze is van mij.’ Net zoals ze dat op tv wel eens doen. Het is wel een romantische gedachte vindt Gertrude, die zich nog steeds schuldig voelt vanwege haar harde acties richting het adres van Dodo. Wat zij had gedaan, had hij zeker niet verdient. Die jongeman was eigenlijk alleen maar liefde. Veel te lief voor deze wereld eigenlijk. Zucht, zou hij haar komen redden?
Van de steenrijke arts, Humbert de Marchand de Soupe , met zijn talrijke boten en cocktailparty’s in Saint Tropez, hield ze niet echt. Met hem zal ze wel status en opzien krijgen. Iets wat haar ouders heel erg belangrijk vinden. “Hoe meer materiaal, hoe meer men tegen je op zal gaan kijken”, klonk haar vaders oordeel de afgelopen week nog. Maar ook Gertrude weet dat de rijke arts eigenlijk alleen maar van haar mooie verschijning houdt, en niet echt voor wie ze is als vrouw. Voor hem was het uiterlijk heel belangrijk. “Dat is je visitekaartje naar…..”, zegt hij altijd tegen zijn patiënten als zij bij hem komen voor, onder andere, een facelift of gezichtsverfijning. Voor hem is niets te gek en heeft het daarmee razend druk. Iedereen wilt immers mooi zijn. Zelfs omaatjes komen langs voor een liftje. Neen, Gertrude moet altijd beeldig en lief voor de buitenwereld zijn van hem. Ja en amen zeggen, absoluut geen nee, het liefst breed lachend als zijn handtasje opererend, zodat men zou zien hoe gelukkig hij wel niet is met zo’n jonge voorbeeldige blom aan zijn arm. Gertrude walgde van die wereld. Niets moest ze ervan hebben. Zo ontzettend doorzichtig. Dat plastic en rijke leventje vond zij een gigantische opgedrongen luchtbel. Niets was echt. En de mens rondom was zelfs koud en heel gemeen. Zeker niet oprecht. Gertrude hield zelf van eenvoud. Gezellig samen zijn op de bank met een goed boek en een glaasje wijn. Ze hoefde niet zo nodig uit om gezien en geprezen te worden. Dat kwam eerlijk gezegd haar neus uit. Ze past daar ook helemaal niet. En men, net zoals Humbert de Marchand de Soupe, neemt haar toch niet voor hoe ze werkelijk is. Dat ze een goed stel hersens heeft dat lijkt men niet te schelen. Daar wordt ook niet naar gevraagd. Erg stekend vond ze dat. Ze wilde niet alleen maar mooi gevonden worden. Maar wilde dat iedereen zag zoals ze echt was.

Dikwijls hebben Gertrude en Humbert ook vaak ruzie om hetzelfde. Zo wilt Gertrude graag het gevoel krijgen dat ze echt door Humbert op handen en voeten gedragen wordt. Dat hij haar met een roos tussen zijn tanden midden in de nacht wakker maakt. Maar dat gevoel krijgt ze maar niet want meneer zit na zijn werk uren aan een stuk alleen maar op zijn telefoon te koekeloeren naar de meest onzinnige dingen. Ook heeft ze het gevoel dat hij af en toe een afspraakje buiten de deur met zijn secretaresse Marleen heeft, omdat zij regelmatig belt op de meest vreemde uren als ze dan toch even ‘bezig’ met elkaar zijn. Neen, liefde voelt ze niet echt, maar ach misschien komt dit dan nog na de trouwdag. Dit speelt bij de beste stellen toch?

`U bent de gehele dag uitgenodigd om bij dit festijn aanwezig te kunnen zijn …`

Dodo was net terug van een concert in Valkenburg. Waar hij samen met zijn beste maat Hamlin Fournier voor een klein publiek op de markt gespeeld had. Toen hij de trouwkaart zag brak voor de zoveelste maal zijn hart in tweeën. “Snap ze nu nog steeds mijn werkelijke verhaal achter mijn liederen niet?”, weende Dodo hardop. “Ik weet toch dat ze stiekem ze beluisterd?” De eens zo pientere Dodo kon geen woord meer uitbrengen en sloot zich op in zijn eenzame kamertje met een fles rode wijn. Hij was te laat en was haar nu voorgoed kwijt aan die zekere Piet Neuzel. Aan iemand met pegels en opzien dacht Dodo. ‘De snelle en lege ego wereld’, waar Gertrude en hij juist altijd zo tegen geschopt hadden in het verleden.

Sinds die dag verloor Dodo zijn beeldige stem en maakte hij alleen nog maar trieste Marsmuziek. Praten deed hij niet meer. Zijn muze, zijn hartje, had hij immers verloren aan een ander en dat heeft hij nooit meer kunnen bekrompen. Tot zijn dood is hij de stille eenling gebleven. Verzonken in zijn eigen verdriet.

En Gertrude? Gertrude en haar man, Humbert de Marchand de Soupe, kregen een zoon. Zij noemde hem Dodo Chérie. Gelukkig was het stel niet. Maar ze probeerde het beste ervan te maken. En de kleine Dodo? Nou… hij zit nu op pianoles en speelt overtuigend met zijn lenige vingertjes….
Net zoals. Ach, je weet het wel, ‘De Pientere Dodo, de eenling, die zijn snaveltje door de liefde voor de rest van zijn leven verloren had. Nimmer gooide hij nog zijn gordijnen meer voor ons open maar zijn muziek danst nog voort.’

__ // __

Verhaal naar het idee van © Madeleine Oppelaar
25 Mei 2019. Tijd close: 15:11 uur.

Verboden te kopiëren zonder toezegging van de auteur.
Hiervoor onze dank!

Advertenties

Auteur: AVurVeda

Hallo.... Ik ben Madeleine Oppelaar en ben spiritueel coach en klanktherapeut bij AVurVeda. Onder de naam AVurVeda maak ik idem schilderwerk en schrijf ik verhalen/ teksten / gedichten.

3 thoughts on “De pientere Dodo houdt zijn snavel

  1. Prachtboekwerkje Madeleine…veel herkenning…voor mij intussen een belangrijke reden waarom het nodig is alleen te zijn …primair om mijn evolutieproces te verwerken en op een rij te zetten…liefs Ben 🙏

  2. traantje weggepinkt …. xx

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s